Lucia di Lammermoor (Donizetti)
De broer van Lucia, Enrico (Heer van Lammermoor) heeft deelgenomen aan een tegen de koning gerichte politieke beweging. Politiek en financieel dreigt de ondergang. Hij heeft besloten zijn zus uit te huwelijken aan Arturo, Heer van Bucklaw. Lucia weet hier niets van, en, erger nog, Enrico is er niet van op de hoogte dat zijn zuster tedere gevoelens koestert voor Edgardo Heer van Ravenswood, wiens familie sinds zolang men heugt ruzie heeft met de zijne. Wanneer hij er evenwel achter komt, worden grove en slinkse middelen gebruikt om deze liefde te fnuiken.
Synopsis
Eerste bedrijf
Eerste toneel
De velden rond de ruïne van kasteel Ravenswood. Eind 17e eeuw. Korte prelude in bes (met dreigende pauken roulades en hoorns).
Enrico dwaalt met jagers rond het nu aan Lammermoor toegevallen voormalige bezit van zijn vijanden. Enrico vertelt – na vertrek van de jagers- aan zijn jachtmeester Normanno, waarom hij zo onrustig is. Edgardo zijn doodsvijand zou vanaf zijn ruïne kunnen lachen, want het politieke tij zit tegen en alleen een huwelijk van zijn zuster Lucia met Arturo Bucklaw zou Enrico’s lot kunnen keren. Maar Lucia weigert. De kapelaan Raimundo werpt tegen, dat zijn zuster nog te bedroefd is om de dood van haar moeder om aan liefde te kunnen denken. Normanno schampert, dat Lucia in het geheim een jonge man ontmoet, die haar van een losgeslagen stier heeft gered. Na enige druk van Enrico onthult hij de identiteit: haar minnaar blijkt Enrico’s aartsvijand: Edgardo van Ravenswood. Enrico (Larghetto Cruda, funesta smania) bezingt met Normanno en Raimondo zijn opkomende woede en vervloekt zijn zuster. De jagers komen (koor: Come vinti) melden dat Edgardo nabij is. Raimondo probeert te sussen. Enrico echter wijst dat af (cabaletta La pietade in suo favore). “Het vuur van dit ellendig paar zal met bloed geblust worden”.
Tweede toneel a
Park van Lammermoor, bij een bron.
Uitvoerige harpsolo terwijl Lucia en haar gezellin Alisa rond wandelen in afwachting van Edgardo. Lucia ((Larghetto): Regnava nel silenzio) verhaalt van haar huiver van de bron: eens wierp een Ravenswood het lichaam van een vermoorde Lammermoor in het nu ook in haar ogen rood gekleurde water. Zij ziet de Geest van de dode vrouw. (Aria met uitgeschreven versieringen, wat haar onzekerheid tot uitdrukking brengt). Op Alisa’s oproep haar gevaarlijke liefde te verzaken, antwoordt zij te geloven in Edgardo’s standvastigheid ((cabaletta): Quando, rapito in ectasi).
Tweede toneel b
Edgardo komt – gehaast - op. Alisa betrekt de uitkijk.
Edgar vertelt dat hij morgen naar Frankrijk vertrekt om de wapenen tegen de partij van Enrico op te nemen, maar dat hij eerst haar hand zal vragen bij haar broer Enrico; de eeuwenoude vete tussen de families ten spijt. Lucia smeekt hem - gezien het karakter van haar broer - om hun liefde geheim te houden. Maar hij is aan de eed op het graf van zijn vader verplicht de familieeer te wreken. Lucia kalmeert hem en zij wisselen plechtig ringen uit om elkaars eeuwige trouw te bezegelen, en elkaar voor elkaar als gehuwd te beschouwen. Er volgt een melodieus duet (Verranno a te sull’aure); deze melodie duikt op als centraal thema in de waanzinscène als zij zich haar huwelijk met Edgardo herinnert).
Tweede bedrijf
Eerste toneel a
De vertrekken van Enrico op Lammermoor.
Enrico bespreekt bezorgd met Normanno of Lucia niet het met Arturo gearrangeerde huwelijk zal verstoren. Normanno heeft echter brieven van Edgardo onderschept en zelf een brief in elkaar gestoken, alsof Edgardo ook een andere vrouw bemint. Lucia komt – na het vertrek van Normanno - om Arturo te begroeten - lusteloos binnen. Zij antwoordt op zijn vraag (Appressati..), dat hij heel goed waarom zij zo bleek is (Duetto: Il pallor funesto..) Hij wil haar op gepaste wijze getrouwd zien met Arturo; zij beschouwt zich als getrouwd met Edgardo. Enrico geeft haar de (vervalste) brief van Edgardo. Hij wil dat ze Edgardo vergeet en Arturo huwt. Zij is geschokt en wil nog slechts dood. Met de klanken van de verwelkoming van Arturo op de achtergrond zet Enrico hard uiteen dat met de dood van Willem III hij zich met de katholieke partij van de Stuarts zal moeten liëren. Dat kan alleen als zij Arturo huwt. Anders is zij schuldig aan zijn dood door de beul.
Eerste toneel b
Lucia en de kapelaan Raimondo; deze scène vervalt vaak, maar om het afbrokkelend verzet van Lucia te begrijpen is deze scène essentieel.
Raimondo weet van het onderscheppen van de brieven van Edgardo, maar niet van de vervalsing door Normanno: hij is overtuigd van de ontrouw van Edgardo. Hij betoogt dat de wisseling van ringen als huwelijk ongeldig is voor God. Hij wijst haar op haar verplichtingen aan haar overleden moeder en haar broer (aria: Ah!, cedi, cedi): haar beloning zal ze in de hemel vinden.
Tweede toneel a
Ontvangstzaal van kasteel Lammermoor
Als intermezzo van een opwindend unisono-koor (Per te d’immenso giubilo) zing Arturo - zelfvoldaan - dat met zijn komst de problemen van het huis zullen worden opgelost. Enrico vraagt – hypocriet – hem begrip te tonen voor Lucia’s droefheid: haar moeder is dood. Arturo noemt geruchten over de liefde van Edgardo voor Lucia; maar Lucia zelf komt binnen. Het huwelijkscontract wacht en half in zwijm tekent Lucia wat ze zelf haar doodvonnis noemt. Dan plotseling tumult: Edgardo komt binnen. Verbijsterde stilte en dan: Als opening van de finale het beroemde Sextet (in Des) van Lucia, Edgardo, Enrico, Arturo, Raimundo, Alisa en koor (Chi mi frena...) In een tot twee maal zich langzaam opbouwend crescendo wordt de schok van Edgardo’s binnenkomst uitgesponnen tot een baaierd van conflicterende emoties. Ieder bezingt vanuit zijn standpunt van wat hem bezielt op dit verbijsterende moment: Lucia in alle staten; Raimondo heeft medelijden met haar; Arturo en Enrico dreigen Edgardo te zwaard het pand te verlaten; Edgardo eist zijn vrouw op. Uiteindelijk bezweert Raimondo ieder de wapens neer te leggen. Hier wordt even aan voldaan. Edgardo bezweert dat Lucia zijn vrouw is, waarop Raimondo het huwelijkscontract toont. Op Lucia's antwoord, dat ze inderdaad getekend heeft, rukt Edgardo zijn ring af, vertrapt deze en vervloekt (inleidend stretta) het moment dat hij verliefd werd. Enrico, Arturo, de gasten vragen hem direct te vertrekken. Lucia valt op haar knieën en smeekt om verlossing. Edgardo gooit zijn zwaard weg en vraagt – met passend ontblootte borst – om de genadestoot.
In deze stormachtige slotscène (finale concertato) keert in het rustiger tussenspel (tempo di mezzo) de melodie van de conversatie tussen Enrico en Arturo terug. Deze wat "ongemakkelijke poging tot een beschaafd gesprek" wordt ruw onderbroken, doordat Raimondo het contract presenteert. Lucia demonstreert haar verwarring met vage toespelingen op eerdere melodieën rond het tekenen van het huwelijkscontract. De vervloeking van Edgardo brengt het snelle deel (stretta) (in D) op stoom, en er volgt het gebruikelijke werk: een aandringend unisono van Enrico (Esci fuggi) en zijn volgelingen; een (unisono) koor met in octaaf gezongen frases van spijt en berouw van Edgardo en Lucia. Het loopt uit op een nadrukkelijk coda.
Derde bedrijf
Eerste toneel
De vervallen zaal van het kasteel Ravenswood.
Deze scène vervalt vaak, wanneer alles op de sopraan is geconcentreerd. In het midden van de 19e eeuw werd deze torenscène juist tot de dramatische hoogtepunten gerekend.
Edgardo hoopt dat de woedende storm rond zijn toren het einde van de wereld voorspelt. Enrico komt binnen, pochend, dat Lucia juist nu de bruidsvertrekken binnen gaat, hij daagt hem uit tot een duel de volgende dag op het kerkhof van Ravenswood. Duet: Qui del padre.
Tweede toneel
Ontvangstzaal van kasteel Lammermoor
De gasten vieren het huwelijk van Lucia (koor: D’immenso giubilo). Plots wordt dit onderbroken door Raimondo, die (Larghetto: dalla Stanze ove Lucia..) vertelt dat hij een kreet uit de bruidssuite hoorde en daar is binnengebroken. Daar trof hij Arturo dood aan en Lucia met een bebloede dolk, die hem met een glimlach vroeg waar haar bruidegom was.
Waanzinscène - Onder begeleiding van een fluit (die melodieën uit de scène bij de bron en het wisselen van de ringen speelt) komt Lucia op in een bebloede witte jurk. Ze denkt (Il dolce suono) dat haar huwelijk met Edgardo aanstaande is. Ze denkt – de melodieën citerend – terug aan de geest die ze bij de bron zag (cit.: Regnavo nel silenzio) en het afscheid met Edgardo (cit.: Verranno a te). Dit Larghetto heeft de vorm van een thema met variaties, tegenwoordig uitlopend in een lange cadens voor fluit en sopraan. Donizetti heeft deze cadens niet uitgeschreven. Kennelijk vertrouwde hij erop, dat Fanny Tacchinardi Persiani, die bekend was om haar improvisaties dat ter plekke zelf zou oplossen.
Hierna volgt een passage, waaruit gedeelten geschrapt worden in veel uitvoeringen: Enrico komt binnen en is woedend op Lucia. Raimondo wijst hem erop, dat zijn zuster haar verstand verloren heeft en dat zij het slachtoffer is van zijn wreedheid. Vol wroeging luistert hij naar Lucia, die hoopt nu ze binnenkort sterft in de hemel met Edgardo verenigd te worden (cabaletta: Spargi d’amari pianto). Enrico vraagt Alisa en Raimondo Lucia naar haar vertrekken te brengen. Raimondo zet Normanno op zijn nummer, die dit bloedvergieten heeft veroorzaakt.
Derde toneel
Kerkhof van Ravenswood
Edgardo – te vroeg voor de afspraak – verwelkomt de dood door het zwaard van Enrico. Hij stelt zich Lucia voor als mooie bruid in de hemel. Hij neemt afscheid van de aarde. Lucia zou het graf van wie haar beminde moeten respecteren (Larghetto: Fra poco me.) Koor en opkomst van de bedienden van Lammermoor: de dag begon zo goed, maar eindigde in ellende. Edgardo hoort dat Lucia stervende is en naar hem vraagt.Een doodsklok klinkt. Raimondo houdt Edgardo tegen als hij naar Lucia wil: Lucia is al dood. Edgardo denkt aan Lucia in de hemel: daar zullen zij verenigd zijn. (cabaletta: Tu che a Dio; de melodie wordt verdeeld over cello en tenor). Hij is vastbesloten te sterven. Raimondo en de anderen proberen hem tegen te houden, maar hij steekt zich met zijn eigen dolk neer.
Edgardo sterft met Lucia in zijn gedachten.
